Menu

Het plan

We haken aan bij de deelterreinen waar de meeste klimaatwinst is te behalen, maar kijken daarbij niet slechts naar korte termijn impact; we sturen zoveel mogelijk op meervoudige doelen.

Speerpunt in spoor I is de opwekking van duurzame energie op daken en erven van agrarische bedrijven; voor de eigen bedrijfsvoering èn voor levering aan de omgeving. Voor deze rol van de boerderij als kleine energiecentrale is in de agrarische sector veel interesse. Er is nog een groot onbenut potentieel als gevolg van belemmeringen die de sector niet alleen kan oplossen. Samen met de GEA-partners maken we impact. Dat kan al in een paar jaar tijd, mits knelpunten in de capaciteit van het elektriciteitsnet kunnen worden opgelost en voldoende subsidieruimte beschikbaar blijft.

De glastuinbouw benut al veel mogelijkheden voor besparing en duurzame energie opwek via modernisering, innovaties en andere teelten. Voor meer ingrijpende verduurzaming is de sector sterk afhankelijk van randvoorwaarden die een stevige regie van rijk en provincie vragen, zoals voor het overstappen op andere CO2-bronnen. De glastuinbouw vangt door het jaar heen meer warmte op dan zij nodig heeft. Opvang en opslag van deze warmte biedt kansen voor warmtelevering aan de gebouwde omgeving (de kas als energiebron). We onderzoeken de ruimte voor een pilot bij een groot tuinbouwcluster met een warmtenet en/of duurzame opwek, waarbij omwonenden maximaal profijt hebben.

Spoor II en III hebben sterke raakvlakken met andere programma’s en initiatieven op het gebied van natuurinclusieve landbouw en versterking van natuur en landschap. Omdat resultaten op het gebied van landbouw en natuur van veel variabelen afhankelijk zijn, is de eerste stap in de strategie die van bedrijfs- en gebiedsspecifieke pilots en experimenten, gekoppeld aan actieve meting van resultaten. Deze resultaten worden verspreid via kennisdeling en coaching. Voor brede opschaling is noodzakelijk dat veranderingen in de productie kunnen worden gekoppeld aan duurzame nieuwe verdienmodellen.

We dringen de uitstoot van broeikasgassen in de melkveehouderij terug op basis van bedrijfsspecifieke, integrale benaderingen. Deze aanpak heeft een bewezen impact op verlaging van de ‘carbon footprint’ per liter melk. De aanpak kan worden versterkt door op meer bedrijven periodieke metingen te verrichten gekoppeld aan experiment, kennisdeling en zo mogelijk beloning door diverse ketenpartners. De kennisvraag van de boer(in) zelf staat centraal.

Aan de opslag van organische stof in de bodem (spoor lll) door ander bodembeheer wordt al gewerkt. Deze koolstofvastlegging is niet alleen van belang voor het klimaat maar vormt ook de basis van een natuurinclusieve kringlooplandbouw. De resultaten zijn veelbelovend en er is veel animo voor. ‘Koolstofbanken’ en handelsplatforms kunnen helpen bij het beter verwaarden van deze bodemdiensten. Het potentieel van de aanplant van bomen en landschapselementen, nieuwe (multifunctionele) bossen, revitalisatie van laagproductieve bossen, agroforestry (bosweiden) en voedselbosbouw wordt verder benut en uitgebreid.

Corona: wat is de impact bij jouw organisatie?Praat mee!

Gelders Energieakkoord

Gelderland energieneutraal in 2050. Die ambitie vraagt om concrete plannen met klinkende resultaten. GEA-partners initiëren, programmeren, begeleiden en stimuleren. We helpen elkaar op een lastige route naar succes. Zo leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie en het klimaatbeleid in Gelderland.

Doelen