Menu

Het plan

De aanpak focust op de versterking van participatieve projecten. Eerdere projecten bewijzen namelijk dat succesvolle participatie leidt tot bijna halvering van de doorlooptijd. Daarom richt de aanpak zich op vier sporen: het eerste betreft de groei van de expertise bij energiecoöperaties en het tweede het stimuleren van de samenwerking tussen ontwikkelaars en energiecoöperaties. Het derde spoor betreft de versnelling van processen en procedures tussen initiatiefnemers en gemeenten. Het vierde spoor is gelieerd aan het versnellingsdoel: het creëren van een marktplaatsfunctie voor restcapaciteit op het netwerk in afwachting van capaciteitsuitbreiding van de netwerkcapaciteit.

Het eerste spoor hangt samen met de complexiteit van het veranderde speelveld. De grootschalige opwekking van duurzame energie heeft impact op de omgeving. Gelukkig zien steeds meer burgers mogelijkheden om zelf energie op te wekken en te participeren in grootschalige projecten die door ontwikkelaars en (steeds vaker) energie-coöperaties worden opgezet. Die participatie eist specifieke expertise, vooral bij gemeenten. Bij energiecoöperaties ontbreekt het nog vaak aan lef en moed om grootschalige projecten op te zetten. Kennis en vaardigheden op het gebied van contractering, projectaanpak, -financiering, -risico’s en communicatiestrategie zijn vaak onvoldoende ontwikkeld. Gemeenten (incl. bestuur) kunnen nog groeien in de kennisontwikkeling van windturbines en zonnevelden èn kennis over het betrekken van burgers in de energietransitie. Een op te zetten brede landelijke burgercampagne gericht op de noodzaak van grootschalige duurzame opwekking en de coöperatieve gedachte gaat helpen om het draagvlak onder de Nederlandse en specifiek de Gelderse burgers te vergroten.

Het tweede spoor gaat over het samenwerken tussen ontwikkelaars en energiecoöperaties in projecten door gebruik te maken van elkaars kerncompetenties en die heel gericht in te zetten. Zo is het organiseren van lokaal draagvlak een belangrijke kracht van de energiecoöperatie. De ontwikkelaar is sterk in projectmanagement. Om de kerncompetenties van beide organisaties gericht in te zetten gaan we een standaard checklist opstellen voor het doorlopen van alle fasen in wind- en zonprojecten (van ontwikkeling tot exploitatie). Op basis van deze checklist worden vooraf afspraken gemaakt over taken en rollen. Leidend tot een goed gezamenlijk projectteam en een juiste samenwerkingsvorm, uitgaande van de specifiek situatie en gericht op maximale synergie. Beiden dragen samen de verantwoordelijkheid en risico’s. Door situationeel samen te werken kunnen projecten sneller worden doorlopen.

Het derde spoor gaat over de sturende rol van de gemeente bij het begeleiden en beoordelen van project. Het ontbreekt nu nog vaak aan participatiebeleid (zowel voor de aanpak/het proces als financiële participatie). Hierdoor weten initiatiefnemers niet op tijd welke specifieke eisen de gemeente aan het project stelt en laat een vergunning op zich wachten. Een op te richten Academie Wind en Zon helpt in zowel in spoor 1 als 3. Bovendien komt er een Gelderse pool van deskundigen die energiecoöperaties en gemeenten ‘on the job’ ondersteunt.

Het vierde spoor betreft het elektriciteitsnetwerk. De komende vijf tot zes jaar eisen een creatieve aanpak om vraag en aanbod van elektriciteit te distribueren. Een platform met een marktplaatsfunctie in de vorm van een register helpt om de restcapaciteit in het netwerk te benutten.

Corona: wat is de impact bij jouw organisatie?Praat mee!

Gelders Energieakkoord

Gelderland energieneutraal in 2050. Die ambitie vraagt om concrete plannen met klinkende resultaten. GEA-partners initiëren, programmeren, begeleiden en stimuleren. We helpen elkaar op een lastige route naar succes. Zo leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie en het klimaatbeleid in Gelderland.

Doelen