Nieuws

Artikel Goede kaders nodig voor zonnevelden

8 mei 2019 - Zonnevelden, die kwam je tegen op vakantie naar het zuiden. Tot een paar jaar geleden ook in Nederland de eerste zonnevelden verschenen, en zich al snel steeds meer initiatiefnemers meldden. Een mooi alternatief voor het hoofdpijndossier windturbines, was in veel gemeenten de eerste gedachte. √Čn een alternatieve bestemming voor zelf verworven gronden die nog niet als bedrijventerrein of woonwijk ontwikkeld konden worden. Zo opende in juni 2017 Solarpark de Kwekerij als prachtig voorbeeld in Hengelo, gemeente Bronckhorst.

Door: Alex de Meijer, GNMF

Bezwaren tegen zonnevelden

Maar nog datzelfde najaar keerden bewoners van Kapel-Avezaath (gemeente Tiel) zich tégen een zonnepark, waarvoor een hoogstamboomgaard gekapt zou worden. In Noord-Nederland was toen al meer weerstand tegen zonnevelden ontstaan. Vanwege hun impact in het landschap, het onttrekken van grond aan de voedselproductie, de snel groeiende omvang en het gevoel dat de winst terecht komt in de zakken van enkele slimme (deels buitenlandse) investeerders. Daarnaast kunnen zonnevelden, ondanks de aardige opbrengst voor individuele boeren, een negatief effect hebben op de agrarische structuur. Denk aan melkveehouderijen, die voor weidegang en grondgebondenheid ruimte nodig hebben.

Constructieve zonneladder

De Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF), partner in het GEA, werd en wordt door veel omwonenden, natuurbeschermers en ambtenaren benaderd: hoe met zonnevelden om te gaan? Niet vreemd, want we komen met onze achterban op voor het belang van natuur, landschap en leefomgeving, maar zijn ook voluit gecommitteerd aan de energietransitie. Begin 2018 publiceerden we de eerste versie van onze Handreiking Zonnevelden, die door veel mensen is geraadpleegd. Eind 2018 schreven we als Natuur en Milieufederaties ‘De constructieve zonneladder: in vijf stappen naar lokaal beleid voor een goede inpassing van zonne-energie’.

De kern van onze benadering

Zonnevelden zijn absoluut nodig. Éérst alle daken volleggen is geen optie, omdat a) het niet haalbaar is en b) het potentieel van het dakoppervlak onvoldoende is. Het is echter wél nodig om kansen op (bedrijfs)daken veel meer te benutten. Er moet actief worden gestuurd op participatie en op welke locaties wél en niet als zonneveld worden ontwikkeld, we mogen dit niet louter aan de markt overlaten. Daar kun je een ‘zonneladder’ voor benutten, je kunt verschillende voorwaarden stellen per landschapstype en je kunt een toetsingskader opstellen met een aantal aspecten waarop punten verdiend kunnen worden. Aspecten waarop getoetst kan worden zijn bijvoorbeeld effecten op natuur en landschap, ontwerp en inpassing in de omgeving, energieopbrengst, doorlopen participatieproces, plussen voor de omgeving, deelname van een agrarisch collectief of energiecoöperatie. En uiteraard is de aansluiting op het elektriciteitsnet een cruciale factor.

Een aardige variant is de ‘maatschappelijke tender’ c.q. de ‘beauty contest’. Het voert te ver dit helemaal uit te leggen, maar de kern is dat initiatieven op basis van het toetsingskader worden vergeleken, en alleen de beste ontwikkeld mogen worden. Het moet wel minimaal genoeg opleveren om de eerder vastgestelde (tussen)opgave voor energie-opwekking te halen.

Participatie

Participatie van omwonenden en andere belanghebbenden is van groot belang, bij het opstellen van beleid en ook bij een concreet initiatief. In maart 2018 is de ‘Green deal participatie van de omgeving bij duurzame energieprojecten’ breed onderschreven. De branche-organisatie Holland Solar heeft mee getekend en werkt nu aan een eigen gedragscode. In nauwe samenwerking voerden Energie Samen en de Natuur en Milieufederaties vorig jaar een succesvolle lobby voor opname van 50% lokaal eigendom als streven in het Klimaatakkoord, voor wind- én zonneparken. De GNMF werkt nu aan een brochure voor gemeenten, waarin zij o.a. handvatten krijgen hoe die 50% lokaal eigendom praktisch haalbaar is, en leren waarom het veel voordelen biedt. Het is  óók haalbaar in situaties waarin er nog geen sterke energiecoöperatie is, bijv. door het inzetten van coöperatieve ontwikkelaars als REScoopNL, Wiek-II of de AGEM.

Beleidskaders in Gelderland

Veel Gelderse gemeenten zijn afgelopen jaar, of al wat eerder, aan de slag gegaan met het opstellen van beleid voor zonnevelden. In de praktijk zien we dat gemeenten wel naar elkaar kijken en van elkaar keren, maar allemaal zelfstandig hun beleidskader opstellen. De mate waarin energiecoöperaties of bewonersgroepen tégen concrete zonnevelden aanwezig zijn, bepaalt vaak mede of een proces echt sámen met de bevolking wordt doorlopen, of dat het toch meer een ambtelijk-bestuurlijke exercitie is.

In de inhoud van de beleidskaders zijn grote verschillen te zien, van heel globaal en uitnodigend tot behoorlijk precies of zelfs restrictief. Deels wordt de inhoud bepaald door het aanwezige landschap: in Winterswijk dus een voorkeur voor kleinschalige zonnevelden, ingepast in het coulisselandschap; in meerdere gemeenten in het rivierengebied eerder een voorkeur voor grootschaliger velden in het open kommengebied, aansluitend bij infrastructuur. Steden met weinig buitengebied pakken het liefst élke kans die ze hebben.

Gemeenten die op dit moment met een beleidskader voor zonne-energie bezig zijn, hebben met het RES-proces te maken. Dat is wellicht spannend, maar biedt ook de kans om echt sámen te ontwerpen. De GNMF denkt graag mee over inhoud en proces. We zijn op dit moment o.a. betrokken bij het opstellen van het beleidskader in West Betuwe.

Downloads:

Handreiking Zon

Constructieve zonneladder

Navigatie