Landbouw en Landgebruik

Landbouw en Landgebruik

Een belangrijk deel van de broeikasgassen komen van landbouw. Methaan en lachgas zijn producten die direct verbonden zijn met veehouderij en bemesting. Het zijn sterke broeikasgassen en zullen ook binnen het Gelders Energieakkoord meegenomen worden in de analyse van onze taakstelling. De afname van broeikasgassen met 55% in 2030 verplicht ook onze partners in het agrarisch gebied om op deze thematiek een uitvoeringsplan vorm te geven. Een ander aspect van landgebruik is de capaciteit van onze levende bodem om CO2 op te nemen en vast te leggen in een stijgend organisch gehalte. Dat kan gebeuren in natuurgebieden waar door waterpeilverhoging en met behulp van gericht beheer het veen weer groeit, en daarmee koolstof vast legt. Maar het kan én moet ook in de landbouwgebieden waar, zeker op de Gelderse zandgronden, sprake is van verschraling van de bodem. Door het organisch gehalte van de bodem te laten stijgen wordt het land ook minder kwetsbaar voor langdurige droogte en is beter in staat water vast te houden bij grote neerslaghoeveelheden. Een bodem rijk aan organisch materiaal kenmerkt zich door veel meer leven én biodiversiteit in de bodem, en daarmee vaak ook een lagere vraag aan externe meststoffen. Ook dát scheelt weer in uitstoot van bijvoorbeeld lachgas dat nauw verbonden is met mestgebruik. De verhoging van organisch gehalte van bodems past ook uitstekend bij de afspraken die de sector (o.a. LTO) maakte rond grondgebonden veehouderij.

Deze programmatafel start in juni 2018 en is daarmee nog een jonge loot aan de GEA stam. De Gelderse Natuur en Milieufederatie zal deze programmatafel trekken, samen met het bedrijfsleven en andere grondgebruikers.

Navigatie