Nieuws

Stand van zaken Duurzame coalitieakkoorden

8 april 2018 - Vrijwel álle onderhandelende partijen in de Gelderse gemeenten hebben van ons informatie ontvangen over de 5 prioriteiten voor een duurzaam coalitieakkoord. Ze zijn allemaal persoonlijk benaderd. De response van raadsleden is positief. Nu zullen ook de formateurs worden betrokken.

Voorzitter Asje van Dijk belicht de top 5 voor een duurzaam coalitieakkoord.

In de kern gaat het om de volgende vijf elementen die verder worden uitgewerkt in het gezamenlijk advies van de GEA partners aan de coalities. 

  • Energie- en warmteplan: Eén van de hoogste prioriteiten, want de aardgastransitie is in gang gezet en alle gemeenten zullen hiermee aan de gang moeten. Goed om dat samen te doen. Als GEA zetten we een marktconsultatie op om de juiste rekenmodellen te delen, zodat we eea gezamenlijk kunnen aanbesteden en de modellen ook direct aan monitoring kunnen koppelen. Het plan kán er snel zijn, want veel data zijn beschikbaar. Snelheid, samenwerking, gemeenschappelijk uitrollen en koppeling aan onze gezamenlijke monitoring (u wilt ook dat we kunnen meten wat de voortgang is) zijn sleutelwoorden.
  • Regionale Samenwerking: Met élke regio rekenen we het transitiepad door. U heeft doelen voor 2023 (bv 16% duurzame energieopwekking) en voor 2030 (-55% CO2 reductie, zo spraken we op Gelders niveau af). Dat zijn scherpe doelen die ook veel zeggen over de noodzakelijke investeringen in energiebesparing, zonnevelden en windparken. Dat zal zéker bij u in de regio of gemeente ook spelen. De opgave is niet vrijblijvend, maar soms op gemeentelijk niveau niet geheel haalbaar. Samenwerking, bv op windlocaties en betrokkenheid van energiecoöperaties is wezenlijk. Ook de VNG, IPO en de Unie van Waterschappen zetten sterk in op deze Regionale Energie- en Klimaatstrategieën.  Hier zit dus de discussie die ook bestuurlijk spannend kan zijn, bv over de ruimtelijke invulling van de duurzame opwek voor zon- en windlocaties. We bieden de regio én gemeenten rekentools aan die zowel de regionale als landelijke opgave verwerken. 
  • Voorbeeldfunctie: Dit líjkt een vanzelfsprekende, maar ook hier is het wel even opletten. Vanuit het GEA gaan we een gezamenlijke aanbesteding van de CO2 prestatieladder opzetten, zodat álle gemeenten over hetzelfde en goed gecertificeerde instrumentarium kunnen beschikken waarin je zo exact mogelijk de CO2 emissies van je organisatie kan vaststellen. Goed om daarbij aan te geven dat de gemeente voor álle zaken waar ze verantwoordelijk voor is de CO2 emissies in beeld wil brengen en concreet en transparant hierop beleid zal neerzetten. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat ‘werken’ (zoals aanleg/onderhoud wegen) hieronder vallen. We gaan ook een CO2 prijs koppelen aan deze berekeningen, zodat in de jaarrekening vastgesteld kan worden voor hoeveel ton Euro de gemeente aan onbetaalde emissies zou moeten verrekenen. De CO2 prijs gaat de komende jaren een landelijk thema worden, ook gekoppeld aan het regeerakkoord. In de meeste overdrachtdossiers zal dit onderwerp beperkt of niet zijn opgenomen, verwachten we.
  • Communicatie en samenwerking: Het onderwerp van energie- en klimaatbeleid is écht een onderwerp waarin alle relevante partijen moeten samenwerken. Dus het formeren van een platform, waarin energiecoöperatie, woningcorporatie(s), gemeente, bedrijfsleven, netbeheerder en anderen in deelnemen is van groot belang. Het faciliteren of stimuleren dat de energiecooperatie een sterke partner wordt is ook van belang, want de capaciteitsvraag wordt zó groot dat het ondoenlijk is om vanuit de gemeente dit zonder sterke partners uit te voeren. Goed om in de gaten te houden dat dan ook de energiecooperatie, bv bij grote zonnevelden, windparken of wijkplannen, goed gepositioneerd wordt. Zo zien we landelijk, bij de gesprekken over het Klimaatakkoord, dat een percentage lokaal eigendom van 50% of meer in lokale zonne- en windparken het uitgangspunt wordt in de gezamenlijke afspraken. Dit als uitgangspunt vaststellen is heel zinvol. Door dat eigendom ontstaat bv een ‘cash-flow’ die de energiecoöperatie gaat versterken… en zo groeit een lokaal cruciale partner naar volwassenheid.
  • Wijken- en bedrijventerreinen van de Toekomst: Dat warmteplan moet ook vertaald worden naar heel concrete processen, zowel in wijken (waar ook bedrijven zitten overigens) als op bedrijventerreinen. Eén zeer wervend traject van het GEA is Wijk v.d. Toekomst. Deelname hierin rendeert sterk, want gezamenlijk mobiliseren we mensen én kennis. Het ís ook onvermijdelijk, want in 2025 moeten voor álle wijken concrete transitieplannen (mét draagvlak) klaarliggen en is de uitvoering in volle gang. We wéten dat pioniers ook co-financiering weten te vinden Wat hier een belangrijk punt is, is dat er financiële ruimte komt voor de processen per wijk (En dat er ambtelijke capaciteit is om dit proces te faciliteren. Partners binnen GEA, zoals de Provincie Gelderland en de netbeheerder Alliander, maar ook de lokale energiecoöperatie bieden ondersteuning aan dit proces. Ook als het gaat om de bedrijven is er zeer veel te doen. Samenwerking met de omgevingsdienst, bv in het kader van de uitvoering Wet Milieubeheer, is cruciaal. En elkaar dan uitdagen  om heel concreet de wortel (bv gezamenlijke energiescans en aanbestedingen) en de stok (handhaven) te combineren is zinnig.


In juni zullen we de coalitieakkoorden doornemen. We doen verslag van de uitwerking in die akkoorden en zetten de akkoorden met een sterk, breed én concreet energie- en klimaatbeleid, in het zonnetje. We geven voor elk coalitieakkoord nog een advies mee, voor uitwerking in het collegeprogramma.

Navigatie